|
|
|
|
Nederland was één van de eerste landen waar in de tweede helft van de negentiende eeuw een geur- en smaakstoffenindustrie ontstond. Op het gebied van ontwikkelen, produceren en toepassen van aroma’s heeft ons land sindsdien wereldwijd een goede naam opgebouwd. De Nederlandse geur- en smaakstoffenindustrie telt dertien bedrijven, waarvan er drie behoren tot de top tien van de wereld.
Amber, de stof die uitgespuugd wordt door de potvis, is de duurste geur op aarde: € 55.000,- per kilo. Voor een kilogram rozenolie zijn maar liefst 30 miljoen rozenblaadjes nodig.
Duidelijk, dat ook dat een kostbare zaak is. Dankzij de immer voortschrijdende ontwikkelingen van de geur- en smaakstoffenindustrie is het vandaag de dag mogelijk deze stoffen ‘na te bouwen’ uit veel goedkopere grondstoffen.
|
|
|
| |
|
Horen, zien, voelen, ruiken en proeven. Dagelijks gebruik je al je zintuigen om je ‘door het leven te slaan’. Neem nu eens een aardbei.
Als het een goede is, zie je dat aan de mooie, rode kleur. Een te groene of al halfbruine zouden we direct afkeuren. En je voelt tussen de vingers dat-ie niet te hard (nog niet rijp) of te zacht (al rot) is. Een verse aardbei is redelijk zacht maar toch stevig, ook als je er op kauwt. Voelen doe je ook met je mond, dus.
Met een beetje fantasie zou je zelfs je gehoor in kunnen schakelen. |
Als je je tanden zet in een halfrijp exemplaar, zal je dat minder prettig in de oren klinken dan wanneer je in een rijpe, verse aardbei bijt.
Dan de reuk: een verse aardbei heeft een zoete, subtiele geur. Een geur, die je herkent uit duizenden. Als hij naar bloemkool zou ruiken, zou je hem waarschijnlijk niet opeten.
En tot slot de smaak, een combinatie van zoet met lichtzuur. Als de aardbei te zuur, zout of bitter is, spuug je hem meteen uit.
Al deze zintuiglijke waarnemingen onderga je niet afzonderlijk. Integendeel. Ze vullen elkaar aan. Als je een aardbei in je mond stopt, krijg je binnen een paar seconden een totaalindruk. Daarom is het zo belangrijk dat alle vijf zintuigen optimaal functioneren en goed samenwerken. En al zijn zicht en gehoor de zintuigen waarop de mens het meest vertrouwt: toch hebben geur en smaak een wezenlijke functie. Een mens reageert er sterker op dan hij doorgaans beseft. Eten dat slecht ruikt, laat je toch liever staan?
Op deze site nemen we je mee in de wereld die geur heet.
|
|
| |
|
De Dikke van Dale omschrijft geur (m) als ‘het verspreiden van reuk’.
Ruiken dus. Iedereen weet dat het na een regenbui lekker fris ruikt buiten. Iedereen kent de lucht van een dennenbos. De geur van koffie geeft veel mensen ’s ochtends ‘het zetje’ om echt wakker te worden.
In een notendop: wie ademhaalt, ruikt. Meestal gaat dat onbewust. Uit de omgeving dringen reuksignalen de neus binnen. Een bloem, dat kopje koffie, een in de was gezet tafelblad, gebraden vlees of gas dat ontsnapt uit een niet goed gesloten gaskraantje: elke geur – of hij nu lekker is of niet – geeft aan de reukcellen in de neus een chemisch signaal af. De reukcellen zetten deze chemische boodschap om in een elektrisch signaal, dat naar de hersenen wordt doorgestuurd. Onze hersenen zijn in staat om de reuk te ‘vertalen’ in geur. Zij herkennen in die chemische boodschap de geur van koffie, een roos, gebakken biefstuk... Vul zelf maar in.
Wel eens bij stil gestaan?
|
|
|
| |
|
De geuren die je waarneemt, beïnvloeden je gevoel en gedrag sterk. Je schrikt van de geur van gas. Je bent op je hoede bij de geur van bedorven vlees. Rozengeur vertedert.
Of maakt een plotselinge, heftige emotie los omdat hij je herinnert aan iets van vroeger. Die vakantie, die bos- of strandwandeling, dat concert, het huis van je grootouders, die vriend of vriendin. Iets staat in een goede of in een kwade reuk.
De geur van koffie staat gelijk aan gezelligheid. "Hè, een lekker kopje koffie." Maar geur kan er ook voor zorgen dat je iemand niet kunt luchten of zien. En wie bang is, schijnt angstgeur te verspreiden. Geur trekt mensen onbewust naar elkaar toe, of stoot ze juist af. Pasgeboren baby’s herkennen hun moeder aan haar stemgeluid, maar vooral ook aan haar geur.
Geuren hebben een functie en beïnvloeden ons gevoel en gedrag.
|
|
|
| |
|
Ken je een Nederlands woord om aan te geven dat je neus niet functioneert, of een woord waarmee een geur wordt aangegeven?
En dan niet omschrijvend in de trant van ‘dit ruikt naar roos of ylang-ylang’, want dat veronderstelt dat de ander de geur van een roos of ylang-ylang kent. Nee, met één woord. Met veel moeite hebben we er een gevonden: muf.
Ander voorbeeld, om je even aan het begrip geur te laten ruiken. Probeer eens met een blinddoek voor de geur van pak ‘m beet een snijboon te herkennen. Het zal je moeilijk vallen! Anders gezegd: als frisdranken rood zijn gekleurd, is het gemakkelijker kers en rode bes thuis te brengen dan ananas en appel. Maar wees gerust: zelfs voor gediplomeerde geurmakers
is het soms moeilijk.
Al brengt een mens het er doorgaans dus niet goed vanaf als hij of zij bewust ruikt, het onbewuste ruiken speelt een belangrijke rol in het dagelijkse leven, en in het contact met anderen. Iets dat zo oud is als de mensheid.
|
|
| |
|
36 Eeuwen geleden… Onze kennis van geuren is gedurende deze eeuw drastisch verminderd. 'De neuzen zijn niet meer zo getraind als die van onze voorouders.'
Misschien komt dat omdat onze zeep, shampoo, waspoeder en schoonmaakmiddelen een fris luchtje meekrijgen en je zelden meer in aanraking komt met de oorspronkelijke geuren van mensen, bloemen en planten. Zoals vroeger...
Heel vroeger werden geuren verkregen door middel van rook. In het Latijn heet dat ‘per fumum’; waarvan ons woord parfum is afgeleid. Rijke vorsten namen destijds exquise parfums voor elkaar mee.
En kwamen de drie Wijzen uit het Oosten het kind Jezus naast goud ook niet begroeten met wierook en mirre?
Het oudst bekende geurrecept staat in de bijbel. In Exodus 30 om precies te zijn. Het dateert uit de tijd van Mozes – zesendertig eeuwen geleden – en beschrijft nauwkeurig de samenstelling van de heilige olie waarmee de joodse tabernakel werd gezalfd: "God sprak tot Mozes en zei ‘Voorzie u van de kostbaarste specerijen: vijfhonderd sikkels vloeibare mirre en half zoveel, dus tweehonderdvijftig, sikkels geurige kaneel
tweehonderdvijftig sikkels geurige kalmoes en vijfhonderd sikkels laurier; alles volgens het heilige gewicht’".
|
|
|
| |
|
Koningin Elizabeth I kwam ooit op het idee om geparfumeerde stukjes leer in de zomen van haar kleren te laten naaien.
Catharina de Medici lanceerde een nieuwe mode door haar leren handschoentjes te laten parfumeren met de geur van civet. Dat moet zeer sexy geroken hebben, hoewel de lucht voor twintigste-eeuwse neuzen onverdraaglijk is.
De Zuid-Franse stad Grasse dankt aan deze handschoentjes in zekere zin haar roem. Oorspronkelijk was Grasse een stad van leerbewerkers. Parfums werden in de streek ook wel gemaakt, maar dat was niet van noemenswaardig belang. Toen de geparfumeerde handschoenen mode werden, ging Grasse zich op de parfumproductie toeleggen.
|
Tegenwoordig is de stad er wereldberoemd om. Tachtig procent van de lavendelproductie voor de parfumindustrie over de hele
wereld komt uit de buurt van Grasse. Handschoentjes worden er echter al lang niet meer geparfumeerd.
|
|
| |
|
Van de oude Egyptenaren weten we dat het gebruik van bloemengeuren en specerijen er heel gewoon was. In het graf van koningin Nefertete zijn grote hoeveelheden parfums, crèmes en lotions teruggevonden, die zij in het hiernamaals nodig zou kunnen hebben.
Koningin Cleopatra verleidde Marcus Antonius door hem te ontvangen in een zaal die tot kniehoogte was gevuld met rozenblaadjes. Cleopatra was sowieso erg dol op rozen. Als zij uit varen ging op de Nijl, liet ze de zeilen van het koninklijk jacht soms eerst in rozenwater wassen.
Meesters in het mengen van geurige zalven, lotions en parfums waren de Grieken en Romeinen, met hun uitgebreide badculturen.
In de Middeleeuwen kwam deze levenskunst via de kruistochten ook naar Europa. En hoewel de kerk het gebruik van parfum verderfelijk vond, zijn kloostertuinen eeuwenlang de hoofdleveranciers van bloemen en kruiden geweest.
Later werd het kweken van bloemen en kruiden voor parfums overgenomen door de hoven. Dat gebeurde eerst in Italië, vervolgens in Frankrijk en in de vijftiende eeuw ook in Engeland, waar deze cultuur onder Elizabeth I een hoge vlucht nam.
Engelse vrouwen die het zich konden veroorloven, hadden een destilleerkamer in huis. Daar konden ze bloemen, planten en kruiden uit hun tuin drogen, bewaren en verwerken. Zij maakten er hun eigen bloemenoliën van, nodig voor de bereiding van potpourri’s: reukpotten, die werden neergezet om de atmosfeer te veraangenamen. Want in vroeger eeuwen roken de mensen niet altijd even fris, wat de lucht in een kamer aardig kon bederven… De smaak van de vrouw die de scepter zwaaide, bepaalde dus vaak ‘de geur in huis’. Waarbij de potpourri’s meestal gemaakt werden zoals het uitkwam, al zijn er wel oude boeken bekend waarin potpourri-recepten staan.
En daarna hing de samenstelling van een potpourri uiteraard af van wat er overal in de natuur groeide en bloeide.
|
|
|
| |
|
Geur is sterk aan mode onderhevig. Lavendel vinden we nu hopeloos ouderwets. Het roept herinneringen op aan de linnenkast van oma.
In de jaren zeventig waren de oriëntaals ruikende parfums razend populair. Met geuren als patchouli, ylang-ylang (een bloem uit India) en sandelhout. In die tijd zag je ook combinaties van oosterse met bloemige en fruitige geuren. Het resultaat was soms een erg zware geur, eerder opvallend dan elegant. Als reactie daarop brachten de jaren tachtig een duidelijke terugkeer naar fraaie, vrouwelijke parfums, vaak gecombineerd met lichte chypre noten, vruchtengeuren en oriëntaalse accenten.
Parfumtrends weerspiegelen voor een deel ook de maatschappelijke ontwikkelingen. In de jaren negentig zien we de opkomst van frisse, sportieve geuren voor mannen en vrouwen. ‘Naturel’ en ‘basic’ zetten de toon. Dit hangt samen met het groeiend
milieubewustzijn in dit tijdvak. De nieuwe geuren roepen de suggestie op van groene velden en buitenlucht.
|
|
|
| |
|
Wat door de eeuwen heen hetzelfde bleef: bloemen, planten en kruiden met een lekkere geur, worden gebruikt om de omgeving van de mens te veraangenamen.
De geuren van rozen, hyacinten, lelietjes-van-dalen, anjelieren, jasmijn en oranjebloesem: ze passen bij bepaalde stemmingen van de mens, en die zijn tijdloos. Bloemen worden van oudsher gebruikt om er parfums en geurige oliën van te maken, al dan niet gemengd met al even geurige kruiden als lavendel, tijm, rozemarijn, munt, citroenmelisse, eikenmos, sandelhout en wat er zoal meer geurt in de natuur. De geuren werden gecombineerd door de oliën van de bloemen en kruiden te mengen, of ze te drogen en in een vijzel fijn te stampen. Men maakte er crème en lotion van, of naaide de gedroogde blaadjes in neteldoekse zakjes die je tussen het linnengoed of je kleren kon leggen.
|
|
|
| |
|
Maar niet alleen voor de mens hebben geuren een functie, ook voor bloemen, planten, kruiden en niet te vergeten: dieren. Sprekende voorbeelden te over.
De bloem trekt er de bij mee aan. De zijderupsvlinder scheidt een lokstof af om –op kilometers afstand- de andere sekse aan te trekken. De bunzing verdedigt zich met geur, de civetkat bakent zijn territorium ermee af en de jachthond vindt het wildspoor met zijn neus. Kakkerlakken worden gevangen in een lijmval geparfumeerd met de geur van het wijfje. De civetkat uit Afrika en het muskushert uit Tibet leveren een afscheiding vanuit hun intiemste delen...
Dierlijke geuren zijn veel minder vluchtig dan bloemen- en kruidengeuren, reden waarom ze gewild zijn als basis voor parfums. Ook omdat ze andere, meer vluchtige geuren vast kunnen houden. Bovendien kunnen juist deze geuren een bron van grote aantrekkingskracht zijn voor iemand van de andere sekse.
Dierlijke basisstoffen zijn echter schaars, en dus duur. Een voorbeeld: amber, dat wordt uitgespuugd door de potvis, is door zijn zeldzaamheid de duurste geur op aarde: € 55.000,- per kilo! Maar ook de meeste andere dierlijke reukstoffen zijn te kostbaar geworden.
|
|
|
| |
|
Chemici slagen erin om het geheim van plantaardige en dierlijke reukstoffen te ontmaskeren, waardoor het mogelijk is precies dezelfde geuren op te bouwen uit veel goedkopere, alternatieve grondstoffen.
Wanneer de natuur ons in de steek laat en onvoldoende grondstoffen voor de opbouw van aroma’s of geurcomposities levert, worden deze grondstoffen haarfijn van de natuur afgekeken. Vervolgens worden precies dezelfde stoffen opgespoord in andere producten, die wél voldoende voorhanden zijn.
De methode aan de hand waarvan dit alles geschiedt, heet gaschromatografie.
Deze ‘nagemaakte’ stoffen zijn identiek aan de grondstoffen uit de natuur en worden daarom natuuridentiek genoemd. Een mooi voorbeeld is de rozengeur. Meer dan 30 miljoen blaadjes voor één kilo rozenolie: duidelijk dat nabouwen aanzienlijk goedkoper is dan de productie van natuurlijke grondstoffen.
En het heeft nog een voordeel: door zelf deze geuren te produceren, kan een aantal zeldzame dier- en plantensoorten worden gespaard. Door deze ontwikkelingen werd parfum bovendien ‘gedemocratiseerd’. Want wat vroeger was voorbehouden aan de elite, kwam nu binnen het bereik van iedereen.
|
|
|
| |
|
|
Zonder dat je beseft hoe en waarom, bepaalt geur ons gedrag sterk. Neem pasgeboren baby’s, die hun eigen moeder herkennen aan haar geur.
Ook in de dierenwereld zien we hoe belangrijk geuren zijn. Dieren ruiken vriend of vijand lang voordat er iets te horen of te zien is. Misschien is dat ruiken van elkaar wel veel bepalender voor ons gedrag dan we willen toegeven. Een geur heeft effect op de kliercellen en bepaalt wellicht op wie we wél en op wie we nooit van ons leven verliefd zouden worden. Blonde mensen ruiken anders dan donkerharige types. Ook het voedselpatroon is van invloed op je geur. Daarom ruiken mensen in zuidelijke landen heel anders dan in het noorden. En jonge mensen ruiken weer anders dan ouderen. Nog een sprekend voorbeeld: de huid van een vrouw verandert tijdens de menstruatiecyclus. Daardoor kan het gebeuren dat zij een parfum op het ene moment heerlijk vindt en op het andere niet. Ook kan een lekker parfum het niet meer ‘doen’ als een vrouw in verwachting is, of wanneer ze ouder wordt. Ieder mens heeft voorkeur voor een parfum, lotion of eau de toilette die op de eigen huid het beste past en die op de buitenwereld het meeste effect heeft. Jasmijn bijvoorbeeld ‘mengt’ het beste met een blonde huid.
|
|
|
| |
|
De eau de toilette en de eau de cologne werden in de zeventiende eeuw razend populair. De reukwaters waren niet zo extreem duur als parfums. Hun samenstelling was vrij simpel.
Bovendien waren er geen dure grondstoffen voor nodig die van heinde en verre moesten komen. Beide reukwaters komen vermoedelijk van oorsprong uit het Middellandse Zeegebied. Eau de toilette werd vervaardigd op basis van lavendel, in het Middellandse Zeegebied ruimschoots aanwezig. Eau de cologne heeft als basis oliën van citrusplanten, die ook vooral in deze contreien groeien.
De naam eau de cologne is trouwens verzonnen door de gebroeders Farina, twee Italiaanse immigranten, die in Keulen een bloeiend handelshuis in galanterieën hadden.
Eau de cologne werd oorspronkelijk helemaal niet als reukwater verkocht, maar als medicijn voor inwendig gebruik. Het zou een zuiverende werking hebben en goed zijn tegen allerlei kwalen. De gebroeders Farina hielden het recept natuurlijk zorgvuldig geheim, om concurrentie van hun winstgevend product te voorkomen. Maar keizer Napoleon, overigens een groot liefhebber van geuren, vond dat schandalig. Medicijnen moesten overal en voor iedereen te krijgen zijn. Hij gelastte de openbaarmaking van alle recepten. Vanaf dat moment hebben de broers gezwegen over de heilzame werking van hun eau de cologne. In hun reclame prezen ze vooral de verfrissende werking van hun water aan. Zo konden ze hun recept nog lange tijd geheim houden.
De concurrentie konden ze helaas niet tegenhouden. Een van de nieuwkomers op de geurmarkt droeg de naam 4711. Napoleon – alweer – had bij zijn intocht in Keulen een wirwar van straatjes en steegjes aangetroffen, waarin hij heg noch steg wist. Efficiënt als hij was, gaf hij alle huizen een nummer. Het huis waar die andere eau de cologne gemaakt werd, kreeg het nummer 4711.
Inmiddels weten we ook wat het verschil is tussen deze twee eaux de cologne. De gebroeders Farina maakten hun water op basis van neroli, een olie die getrokken wordt uit de voorjaarsbloesem van de bittere sinaasappelboom. 4711 heeft citrusvruchten als basis (zoals bergamot), alsmede verbenablad, dat ook een citrusachtige geur heeft.
|
|
|
| |
|
Alle chemische ontwikkelingen hebben ook iets tegenstrijdigs. Er kunnen nu geuren uit de natuur worden nagebootst – soms zelfs overtroffen – die in de natuur zelf totaal verdwenen zijn of verzwakt.
Een treurig voorbeeld daarvan vormde tot voor kort de roos. Vroeger roken rozen heerlijk. Het was de meest erotische geur die er bestond. Maar als je een paar jaar geleden je neus in een gekweekte roos stak, rook je nauwelijks iets. Dat kwam omdat de kwekers eigenschappen als kleur, langdurige bloei en resistentie tegen ziekten belangrijker gingen vinden dan geur. Zo verdween de geur ongemerkt uit de rozentuin. Bepaald geen rozengeur en manenschijn dus.
Gelukkig komt hier de laatste jaren verandering in. Rozenkwekers hebben de klachten van het publiek ter harte genomen. De ‘geurende roos’ maakte zijn comeback.
Een voordeel van die chemische ontwikkelingen is dat het gebruik van parfum nu geen extravagante luxe meer is. De mogelijkheden om te variëren zijn ook vele malen groter geworden. De parfumeur van vroeger kende ongeveer 400 ingrediënten waarmee zijn parfums ‘componeerde’. De huidige parfumeur heeft er meer dan 4.000 tot zijn beschikking. |
|
|
| |
|
|
Toch zijn de basisprincipes hetzelfde gebleven. Een parfum bestaat uit drie ‘tonen’: de begingeur, de middengeur en de basisgeur.
De begingeur of topnoot – de geur van het parfum direct nadat het op de huid is aangebracht – is slechts een kort leven beschoren: zo’n tien minuten. Daarna ontwikkelt zich een middengeur, de ‘coeur’. In deze fase komt de echte harmonie met de huid tot stand. Na ongeveer vier uur begint ook deze geur te vervagen en gaat de basisgeur, het ‘fond’, overheersen.
Voor deze ‘tonen’ zijn drie groepen van geuren nodig. Een pas opgebracht parfum ruikt fris en pittig. Dat komt door sinaasappel- en citroenachtige bestanddelen. Deze hebben de eigenschap dat ze heel snel vervluchtigen. De begingeur wordt zeker ook bepaald door alcohol, een belangrijk bestanddeel van elk parfum. De middengeur vormt de overgang van een lichte naar een zwaardere geur. In deze fase spelen vooral bloemige effecten een rol.
Als laatste blijven de minst vluchtige stoffen over. De kruidengeuren; de mosachtige en houtachtige geuren; de geur van muskus, civet of amber. Zij vormen samen de ‘ondertoon’ van het parfum.
|
|
|
| |
|
De natuur zelf geeft trouwens het voorbeeld voor de smaak- en geurmaker. Want alles wat groeit en bloeit, alles wat leeft, is zelf opgebouwd uit chemische stoffen.
Je moet er misschien even aan wennen, maar natuur is chemie! Ook ons lichaam is opgebouwd uit vele chemische stoffen. Zuurstof, waterstof, koolstof, stikstof, fosfor, zwavel en chloor, om er een paar te noemen. Wij hebben uitgerekend dat jij per kilogram lichaamsgewicht € 0,70 aan chemicaliën waard bent.
De moderne techniek stelt ons in staat om deze chemische stoffen in beeld te brengen en een soort ‘vingerafdruk’ te maken van de reuk. Neem bijvoorbeeld sinaasappelgeur. Deze wordt veroorzaakt door een vluchtige olie die in de schil is opgeborgen van miljoenen cellen. Houd een stukje sinaasappelschil bij een brandende kaars en knijp er eens in. Je ziet dan "spettertjes". Dat is die olie, die door de natuur is opgebouwd uit meer dan 300 chemische stoffen. Die kunnen elk met behulp van de moderne techniek in kaart worden gebracht.
|
|
|
| |
|
Op geur- en smaakexposities en tijdens open dagen bij de industrie worden bezoekers vaak uitgenodigd hun eigen reukzintuig te testen. Wil je zelf een reukspelletje maken en anderen bij de neus nemen? Ga dan als volgt te werk:
- neem 10 kleine bruine apothekersflesjes met kurkjes;
- maak deze flesjes ondoorzichtig door er aluminiumfolie omheen te wikkelen;
- voeg aan de vloeistoffen een paar kiezeltjes of fietskogeltjes toe, want bij deze reuktest mag behalve het oog ook het oor niet meedoen;
- nummer de flesjes (en de kurkjes) van 1 tot en met 10;
- vul elk flesje met een geurend, doodgewoon product uit het huishouden:
- koffie
- koperpoets
- pindakaas
- kruidnagelen
- theeblaadjes
- nootmuskaat
- cacaopoeder
- spiritus
- schraapsel van een kaars
- asbak
Hierna kun je de reuktest uitvoeren. Je vraagt de proefpersonen om de flesjes in een willekeurige volgorde te ‘beruiken’ en hun antwoord te noteren. Je zult zien dat zij voor deze proef vrij veel tijd nodig hebben. Het blijkt erg moeilijk te zijn om een geur met de neus te herkennen, zonder dat het oog (of het oor!) meespeelt. Zorg ervoor dat de kurkjes niet worden verwisseld; anders gaan de geuren elkaar beïnvloeden. Noteer de resultaten en stel vast wie van de proefpersonen de beste neus heeft.
Terzijde: een parfumeur of geurmaker is in staat duizend en soms veel meer geuren haarfijn te herkennen. Parfumeur is een heel zeldzaam beroep. Over de hele wereld zijn niet meer dan honderd ‘Grote Neuzen’. Het beroep van smaakmaker is trouwens even zeldzaam.
|
|
|
|
|
|
Met de stijgende populariteit van reukwaters zijn grote hoeveelheden reukflesjes gemaakt. Hun vorm, kleur en de materiaalkeuze werden bepaald door de kostbare inhoud.
De flesjes moesten hermetisch kunnen worden afgesloten en het zonlicht weren, om het reukwater – of het parfum – niet te laten vervliegen. Gekleurd glas en porselein waren heel geschikte materialen voor de flesjes. Voor de doppen koos men goud, zilver of tin.
Aan de vormgeving werd heel veel aandacht besteed. Deze mocht niet onderdoen voor de inhoud en moest bovendien passen bij de drager of draagster van het flesje. Zo komt het dat reukflesjes tot in de negentiende eeuw ware kunstwerkjes waren. Met oog voor schoonheid gemaakt en meegaand met de smaak van de toekomstige bezitter en de mode van de tijd.
Een collectie reukflesjes is van artistieke, kunsthistorische en sociologische waarde. De meeste reukflesjes vind je in privé-bezit en niet in grote musea. Het zijn echte verzamelobjecten. Om mee te nemen als souvenir uit het buitenland, om aan te snuffelen en je af te vragen hoe het vroeger rook, om er misschien zelf weer een eigen geur in te doen voor als je een avondje uitgaat, of gewoon om naar te kijken.
Bronvermelding
De informatie op deze site is gebaseerd op vroegere uitgaven van de NEA, te weten:
Langs uw neus weg
De geur van parfum (Margriet de Koning-Gans)
Geur en geurbeleving (P.A.J. korteweg)
40 jaar NEA (Ing. H.N. van der Vlugt)
|
|
|
|
|